top of page

Garage de l'Univers

Foto van schrijver: Ignace Tanghe
Ignace Tanghe
5 uur geleden
2 minuten om te lezen

Deze zomer reden we op de terugweg naar huis op de N59 die meandert door de mooie Vogezen. Het was kalm op de weg toen we langs een klein dorpje tuften en mijn oog viel op een afgebladderde garage-carrosserie. Het leek niet bijzonder tot ik de naam in de gaten kreeg: “garage de l’Univers”.

Misschien bedoelde de garagist dat alle merken welkom zijn boven zijn smeerput, maar ik vond op dat moment het idee dat dit de garage van het universum is, enorm boeiend.

Stel je voor: een man met pet (een garagist die het universum draaiende houdt, draagt een pet -liefst een rode) die met een Engelse sleutel een lek dichtdraait waaruit donkere materie sijpelt. Tussen de sterren door, plamuurt hij een zwart gat. Zou ik hem zeggen dat het universum een blauwe plek heeft die ook dringend verzorgende handen nodig heeft?  

Ik zag het zo voor mij terwijl ik doorreed.

Wat verderop, ik verzin het niet, passeerden we een rustparking met de ronkende naam: “Aire des trois fauteuils”. Nu heb ik spijt dat we niet zijn afgereden, al was het maar om te kijken of we in één van die drie zetels rust zouden kunnen vinden.


Sindsdien ben ik pleitbezorger voor meer poëzie in de straten. Namen die je even laten wegdromen of glimlachen …het moet toch kunnen?  

Als een ontdekkingsreiziger ben ik alvast op zoek gegaan.


Onze zuiderburen blijken nog meer van die namen te hebben. In Cergy bestaat er een ‘Rue des Maçons de Lumière’. Een straat waar, zo stel ik mij voor, iedere ochtend een ploeg metsers uitrukt om de eerste zonnestralen aan elkaar te voegen. In datzelfde Cergy kun je door de ‘Passage de la Terre à la Lune’ wandelen. Wat de ruimtevaart miljarden kost, krijg je daar zomaar cadeau.

In Montsalvy kun je terecht op de ‘Place de la Fin du Monde’. Het einde van de wereld blijkt dus gewoon een plein te zijn. Met wat geluk staat er een bankje.


Het zijn stuk voor stuk kleuren op een grauwe gevel. Verbale poortjes naar Elders.


Ik wil zwerven doorheen straten waar een uurwerkwinkel ‘De Eeuwigheid’ heet en ik kan gebruikmaken van het  ‘Wassalon van het Verleden’. Hoe mooi zou het zijn als de bus stopt  aan de halte “Tweede Kans” en er nooit te laat is?

En onze school?  Welke naam zou die krijgen?


De wind rukt de bladeren van de bomen en we reizen weer wat meer doorheen het duister.

Soms is poëzie een pad naar een lichter bestaan.

En vergeet niet: ook al lijkt alles rondom jou donker, er wordt ergens in de Vogezen aan gesleuteld door een man met een rode pet die ’s avonds het sterrenstof van zijn ‘Overal’ schudt.



Knipoog,

Ignace  










 
 
 

Opmerkingen


bottom of page