top of page

Da goat ollemolle goan.

  • Foto van schrijver: Ignace Tanghe
    Ignace Tanghe
  • 29 jun
  • 3 minuten om te lezen

Het is donker in het bos, maar zeker niet stil. Door de bomen klinkt de spookachtige roep van een bosuil. De wind speelt zijn eigen ruissymfonie. Tussen het gebladerte door zie je het licht van een vuurtje.

Bij dat vuur zit een man te staren in de vlammen. Het is Wim Willaert, de acteur. Dat is het eenvoudige concept van het programma ‘Door de bomen’, trage televisie op Eén.


Vuur doet mijmeren. Het duurt dan ook niet lang voor hij herinneringen ophaalt aan zijn kinderen, die hij al op jonge leeftijd vuur leerde maken. Zijn zoontje had ooit met een smeulend wilgentakje een meisje aangeraakt.“Hij weet hoe je vuur moet maken, en dat je er niet mee speelt,” zegt Wim.


Dan valt er een stilte.


“Je moet toelaten dat je kinderen dezelfde fouten maken als jij zelf hebt gemaakt,” gaat hij verder. “Mijn vader deed dat ook. Het was een strenge man, maar hij had een groot vertrouwen dat het wel goed zou komen.”


En dan zegt hij, starend in het vuur:


“Da goat ollemolle wel goan.” En ook: “Ge moe nie panikeren van op voorhand.”


Daarmee eindigt het fragment. De kijker blijft achter met een open einde. Eentje dat je zelf mag invullen.


Is het zo?


Gunnen wij onze kinderen nog de fouten die ze nodig hebben om te groeien?

Fouten maken, betekent dat je vrijheid krijgt. Zonder vrijheid is er weinig kans om fouten te maken. En zonder fouten is er weinig kans om te leren. Een vrije ruimte om jezelf te mogen ontplooien, is één van de pijlers van het project van Don Bosco. Fouten maken hoort daar dus ook bij. Niet omdat fouten op zich goed zijn, maar omdat je eruit kan leren.


Maatschappelijk lijkt dat vandaag moeilijker.


Soms is het alsof er een groter angstdeken over onze samenleving ligt dan vroeger. Kinderen zonder toezicht op een speelpleintje in de wijk laten spelen, gebeurt veel minder dan pakweg begin de jaren negentig. Speelpleintjes die vroeger ontmoetingsplekken waren voor kinderen uit de buurt, liggen er tijdens de grote vakantie vaak verlaten bij.


Er is natuurlijk veel veranderd sinds de jaren negentig, toen het vertrouwen in de veiligheid van kinderen een zware knauw kreeg. Maar is dat de enige verklaring?


Volgens mij is er meer aan de hand.


Het zou interessant zijn om eens te bestuderen hoe de media door de jaren heen met informatie zijn omgegaan. Online moeten nieuwskoppen vandaag werken als vishengels met scherpe haken. Ze moeten lezers vangen. Eén van de krachtigste manieren om dat te doen, is via angst.

Gebeurtenissen worden daardoor minder vaak gewoon feitelijk voorgesteld. Ze worden sneller als een dreiging verpakt. Een plek waar jongeren graag samenkomen, wordt dan al snel een plaats van “overlast door hangjongeren”, terwijl er misschien eigenlijk niet zoveel aan de hand is.


Ook het weerbericht is veranderd. Vroeger was het vaak een kort servicebericht ergens in de marge. Vandaag krijgt het soms de toon van een veiligheidsbericht. Begrijp me niet verkeerd: bij voorspelbare risico’s, zoals de hitte van de voorbije weken, is het belangrijk om mensen goed te informeren. Maar wanneer elke boodschap in angst wordt omhuld, groeit er bij mensen een diepe onzekerheid.


Die verschuiving toont hoe wij als samenleving omgaan met risico’s die nu eenmaal bij het leven horen. Het vertrouwen dat daarvoor nodig is, wordt ingeruild voor beheersing. In plaats van onzekerheid een plek te geven, proberen we haar te controleren. Trackingsystemen, camera’s, risicoanalyses en voortdurende bereikbaarheid kunnen op zich nuttig zijn, maar ze beperken  ook vrijheid.


De mens is een denkend wezen. Het ligt in onze aard om de wereld te verkennen, te proberen, te vallen en opnieuw op te staan. Dat kan alleen als er vrijheid is. We zijn niet volledig voorspelbaar, controleerbaar of beheersbaar. Permanente controle ontmenselijkt ons dus een stukje.

Daarom moeten kinderen fouten mogen maken. Niet zomaar. Niet roekeloos. Maar wel in een omgeving die vertrouwen heeft in menselijke kwetsbaarheid.


Don Bosco gaf jongeren vrijheid en verwachtte tegelijk verantwoordelijkheid. Dat is een kunst: uitgaan van het goede in de mens. Vertrouwen geven, doet groeien.

Vrijheid geven, betekent niet: zomaar doen wat je wilt. Het moet veilig zijn. Maar het moet ook ruim genoeg zijn om groei mogelijk te maken. Een kind dat nooit mag proberen, leert minder. Een kind dat nooit mag vallen, leert ook moeilijker rechtstaan. Veerkracht.


Vakantie is vrijheid.


Laat ons proberen om ze ook zo in te vullen. Niet alles dichtregelen. Niet alles op voorhand vrezen.

De kunst van vrijheid geven aan kinderen zit in het loslaten. Niet te veel. Niet te weinig. Net genoeg om volop mens te kunnen zijn. Het is een beetje zoals het touw vieren van de vlieger op het strand. Niet te snel, maar ook niet te traag. Net genoeg om hoger en hoger in de lucht te gaan. Groei.


Da goat ollemolle wel goan.

Ge moe nie panikeren van op voorhand.


Ignace


 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page